In de nota ruimte heeft de rijksoverheid Zuid-Limburg als een van de 6 nationale stedelijk netwerken  benoemd. ‘Stedelijk Netwerk Zuid-Limburg’ is de officiële naam, met zowel een functionele als bestuurlijke betekenis. In het Stedelijk Netwerk zijn vertegenwoordigd de drie steden en de provincie Limburg. Vanuit de afzonderlijke deelnemers wordt waar nodig zorggedragen voor terugkoppeling naar de overige gemeenten in Zuid-Limburg. Hoewel benoemt vanuit de Nederlandse nationale overheid als primair een publiek-publieke samenwerking, worden op verschillende dossiers partners van buiten de landsgrenzen en vanuit het maatschappelijke middenveld betrokken.

Zuid-Limburg is opgebouwd uit verschillende gebiedsdelen die elk hun eigen krachten hebben. Wezenlijk voor het slagen van de Zuid-Limburgse agenda is de manier waarop de onderdelen hun krachten weten te bundelen voor Stedelijk Netwerk Zuid-Limburg  als geheel. Het moet functioneren als een sportteam met spelers die elkaar aanvullen en aanmoedigen om zo het beste uit zichzelf te halen waardoor het team regelmatig weet te scoren.

Zuid-Limburg bestaat uit een stedelijk deel met de functie van nationaal economisch kerngebied (geconcentreerd rond de steden Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen) en Nationaal Landschap Zuid-Limburg, het landelijke kerngebied. Zuid-Limburg is onderdeel van het grensoverschrijdende stedelijke netwerk Maastricht – Heerlen – Hasselt – Aken – Luik (MAHHL).

In Zuid-Limburg is de aandacht de laatste jaren steeds meer verschoven van de optelsom der delen naar het vergroten van de slagkracht van het totaal. Deze verandering maakt zichtbaar dat Zuid-Limburg als geheel op twee onderdelen uniek is in nationaal opzicht:
- de internationale ligging (1) en
- de huidige demografische ontwikkeling (2)

Deze internationale positie (1) impliceert kansen voor een grenzeloos Zuid-Limburg dat over een grote economische kracht beschikt vooral door het forse aantal hoogwaardige kennisinstituten (alleen al in Maastricht 121, veelal kleine ondernemingen) en innoverende bedrijven binnen en buiten de landsgrenzen. Bedrijven, kennisinstituten, overheden en personen maken steeds intensiever gebruik van grensoverschrijdende netwerken. Limburgers gaan regelmatig (soms zelfs vaak) de grens over om te wandelen, te fietsen, inkopen te doen (80%), vrienden en familie te bezoeken, een theatervoorstelling bij te wonen (50%), een arts te consulteren (20%), onderwijs te volgen (10%) of te werken (3%). Deze internationale positie biedt grote mogelijkheden voor Zuid-Limburg en Nederland zoals in 2007 ook verwoord werd door de Commissie Hermans:

“Nu Europa het vizier steeds meer richt op de ontwikkeling van sterke regio’s heeft in het bijzonder Limburg kansen om samen met buurregio’s in België en Duitsland gebruik te maken van haar ligging. Europa moet via de grenzen aan elkaar groeien. Aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking biedt de mogelijkheid om het Europese integratiebeleid van een abstract proces tussen instituties te vertalen naar een concreet pakket maatregelen dat rechtstreeks betekenis heeft en positief ingrijpt op de leef , woon  en werkomstandigheden van de burgers van een Europese grensregio. Uitgaande van ieders sterke mogelijkheden heeft de Euregio Maas Rijn veel potentiële ontwikkelingskansen die nu nog verborgen blijven achter de grenzen. Als deze kansen niet worden benut blijven ook de kansen op duidelijke economische groei liggen. Vooral voor Zuid Limburg is grensoverschrijdende samenwerking die nu al plaatsvindt geen luxe, maar een absolute noodzaak. Een dergelijke samenwerking wordt vanzelfsprekend van onderop en vanuit de regio zelf geïnitieerd en op gang gebracht. Het zou van modern nationaal en Europees subsidiariteitbeleid getuigen als een grensregio als Limburg door nationale overheden in staat gesteld zou worden dergelijke initiatieven in het belang van de regionale economie, de grensoverschrijdende samenleving en de eigen inwoners van het grensgebied te nemen. De commissie is dan ook van mening dat de nationale overheden deze ruimte moeten geven waardoor de knelpunten kunnen worden overwonnen. “Hier niet aan tegemoet komen zal leiden tot het onbenut laten van de grote economische mogelijkheden voor Nederland als geheel”. Lees de volledige nota.

In overleg met het Rijk en onze buurlanden wordt gezocht naar oplossingen voor problemen als gevolg van verschillen in wet- en regelgeving en verschillen in bevoegdheden. Prioritaire thema’s hierbij zijn arbeidsmarkt, onderwijs, zorg en openbaar vervoer. Aangesloten wordt bij concrete initiatieven. Het oplossen van knelpunten is immers geen doel op zich, maar een middel om meer grensoverschrijdende samenwerking mogelijk te maken en hiermee de ontwikkeling van Zuid-Limburg te versterken. De Euregio Maas-Rijn, waar het stedelijk netwerk deel van uitmaakt, vervult als proefregio een centrale rol in dit proces.

De huidige demografische ontwikkeling (2) van de Nederlandse bevolking, die zich in Zuid-Limburg als eerste overduidelijk manifesteert, leidt tot een bezinning op het thema ‘groei’. Zuid-Limburg kan een gidsfunctie hebben (een demografische voorsprong) voor heel Nederland dat onherroepelijk te maken krijgt met vergrijzing, ontgroening en een afname van haar bevolking.

De bevolkingskrimp vraagt om een omslag van ‘traditioneel’ groeidenken, naar nieuwe vormen van denken gericht op welvaart en welzijn met behoud van de hoogwaardige werk-, woon- en leefkwaliteit. De demografische verandering betekent niet minder, maar vooral anders investeren voor de (regionale) overheden. Ambities voor kwaliteit en leefbaarheid zijn en blijven hoog. Met minder groei, wel kwaliteit realiseren vraagt om een omslag in het denken en een andere manier van werken.

Gebruikmakend van haar unieke kenmerken wil Zuid-Limburg, samen met zijn buurregio`s, een hoogwaardige en duurzame (Europese) kennis- en verblijfsregio zijn (excellent vestigingsklimaat). De weg hier naartoe is vertaald in streefbeelden, kernthema’s en projecten van regionaal en nationaal belang zoals verwoord in de regionale rijksontwikkelingsagenda.

Het stedelijk netwerk werkt aan de versterking van de regio door:

  1. Afstemming, belangenbehartiging en ondersteuning van de diverse individuele projecten die tezamen de ontwikkelingsagenda vormen (meer informatie op website van provincie Limburg)
  2. Bovenregionale samenwerking op de terreinen economie, bereikbaarheid, stedelijke kwaliteit, culturele kwaliteit en landschappelijke kwaliteit.

{ 0 comments }